FRAGMENTEN |
|
|
Fragment uit De spelers |
| |  |  | Als kind wist ik niet veel meer van de wereld dan dat je er eindeloos over rond kunt dwalen, al zijn er die beweren dat onze hele wereld een bevlieging is, een zinsbegoocheling die alleen in onze geest bestaat. Ik ben geboren op een koude dag in een van de koudste decembers en ook al is het onmogelijk, toch herinner ik me de sneeuw die door de wind werd opgejaagd tot torens en heuvels rondom ons huis. Ze zeiden dat je die winter over de bevroren Noordzee kon lopen. De familie waarin ik ter wereld ben gekomen had enig talent voor geweld en verlies, het trekken van het kortste lucifertje, het kiezen van de lege hand. Mijn vader was driftig, ongeduldig en rusteloos. Zijn weemoedigheid kwam pas later, toen hij het belangrijkste al had verloren. Mijn moeder, slordig verwekt en na haar geboorte haastig aan vreemden afgestaan, was op haar hoede, zelfs voor haar eigen kroost. Toch staat me nu van mijn jeugd vooral de schittering van zintuiglijke indrukken bij: knisperende boekenpagina ’s, de geur van overgekookte melk, een atmosfeer van licht en verwachting als het jaar ten einde liep...
|
|
| Top |
Fragment uit Schaduwvlammen, alle verhalen tot vandaag |
| |  |  | ’s Nachts krijg ik een nachtmerrie. Ik droom over een toiletruimte waar de toiletten zich bevinden achter een hoge, gezandstraalde glazen wand. Achter de wand heb ik een groenige schim zien bewegen, een vage vlek. Als ik om het scherm heen loop, zie ik een man. Hij zit op een metalen bankje en heeft een gezicht als een peer, een halloween pompoen. Hij draagt een groen mouwloos hemd en in de holte van zijn meisjesachtige, zachte armen krult bruin, een beetje vochtig okselhaar, dat zich tot een dotje heeft verkleefd. Op zijn schoot ligt, uitgestrekt, een onbekende vrouw. Haar armen hangen slap naar beneden, terwijl de man met haar hoofd speelt, dat los zit. Hij trekt aan het haar en laat het hoofd op en neer dansen als een jojo, met een kinderlijk en geconcentreerd plezier, zonder op te kijken of zich verstoord te voelen door mijn plotselinge aanwezigheid. Eerder het omgekeerde is waar. Nu ik hier sta en kijk naar wat hij doet, krijgt de handeling, die toch afschuwelijk is, iets treiterig gewoons. Het gaat al niet meer om die man en het plezier dat hij beleeft aan zijn misdaad, nee, heel het bestaan van die man, zijn aanwezigheid in de toiletruimte, zijn houding, de appelgroene kleur van zijn mouwloze hemd, en die dode vrouw op zijn schoot, wordt teruggebracht tot een kern. Er is nog maar een ding dat er, tergend, toe doet. Dat dit mijn droom is waarin ik sta om dit waar te nemen, en dat zonder mij die hele misdaad, die vrouw niet, die man niet, de hele ruimte niet aanwezig zou zijn geweest.
|
|
| Top |
Fragment uit Koudvuur |
| |  |  | De wond Bladzijde 135 t/m 137Een man wordt verliefd op een vrouw. Het is liefde op het eerste gezicht.Hij begint haar overal te achtervolgen. Omdat de man haar niet met rust laat, stemt de vrouw uiteindelijk toe. Ze zal bij hem blijven, maar onder één voorwaarde. ‘Ik wil dat je me verwondt,’ zegt ze, ‘dat je me een wond toebrengt.’ ‘Hoe kan ik dat doen,’ zegt de man, ‘je bent me dierbaar.’ Als je me niet verwondt, dan ga ik weg op een dag, zegt ze, omdat ik makkelijk te beïnvloeden ben en anderen om mijn hand zullen dingen. Ze zullen me van alles en nog wat in het oor fluisteren, zoete dingen, zoete woordjes en omdat ik ouder zal worden, zal ik daar behoefte aan hebben en daar vatbaar voor zijn. Je moet dus niet wachten, je moet me nu verwonden. Ze bespreken de wond. Wat voor een moest het er zijn? Hij is timmerman en smid. Ze besluiten dat hij haar linkervoet zal afhakken, zodat ze niet meer van hem zou kunnen wegrennen, zelfs als ze dat zou willen. Op een dunne en winderige morgen, in het open veld, hakt hij de voet af. Daarna maakt hij een houten voet voor haar. En die voet is een kunstwerkje. Het hele verhaal van haar leven is erin uitgesneden. Het grootste deel van de tijd gaat de voet schuil onder een stel lappen. De vrouw kon er niet mee wegrennen, al leerde ze er wel mee te lopen, maar dat kostte heel veel moeite, zei ze. Misschien had ze toch geleerd ermee te rennen, maar daar kwam de man nooit achter. Omdat de houten voet zo schitterend is, rijst de naam en de faam van de timmerman, die zo’n magnifieke houten voet had gemaakt, waarmee je niet kan rennen, maar die wel je hele verhaal erin uitgesneden heeft. Van heinde en verre komen er mensen om hem te vragen ook voor hen iets te maken, het geeft niet wat, en de timmerman maakt het ene na het andere fijne voorwerpje, maar niet meer zo’n voet, want dat is eenmalig. Dan wordt de vrouw op een dag bang dat de man haar zal verlaten. Ze is nu inderdaad oud en heeft ook nog eens een houten voet waarmee ze niet kan rennen, en de dagen zijn voorbij dat de mannen puur bij oogopslag naar haar verlangden. Maar zijn roem is toegenomen, er zijn al jonge meisjes die hem hun handjes en borsten en van alles eigenlijk aanbieden in ruil voor iets van hout met het verhaal van hun leven erop, maar steeds opnieuw weigert hij. Is dat omdat hij zich die voet herinnert die hij op een ochtend had afgehakt toen ze nog jong was en gemakkelijk weg had kunnen rennen, en het bloed dat stroomde en dat door een boom bij de wortels was opgezogen, waarna die rode bladeren had gekregen? Of de lange, lange uren die hij bezig was geweest met het snijden en bijwerken en schaven en gutsen aan dat ene stuk hout? Of de levendigheid van de huid en de manier waarop de tenen hadden gereageerd op de kieteling van zijn vingers en de lichte huivering die door ze heen trok toen hij dichterbij kwam met de bijl, zoals de bladeren trillen en ritselen als de wind opsteekt en door ze heen blaast…?
|
|
| Top |
 |
 |
 |
INHOUD |
|
|
|
|