BIBLIOGRAFIE |
|
|
Koudvuur (2005) roman |
| | Ninon is nummer tien uit een gespleten en chaotisch gezin. Samen met haar broer Sasja en kleine zusje Lime - nummer elf en twaalf - vormen zij een famlilie in een familie. Aanvankelijke ontdekken zij vol verwondering het leven binnen de muren van het huis. Dat is niet louter een lieflijke ontdekkingstocht. Integendeel, zij stuiten op pijn, wreedheid en falen. Zij krijgen te maken met hun beeldschone, kettingrokende moeder en de schim van een dood kind - hun broertje, die bij een ongeluk het leven liet. Meer en meer vriest het drietal vast in een 'glazen universum'. Pas vele jaren later, na de dood van de vader, een groot verhalenverteller, slaagt Ninon erin uit het gezin te breken, de buitenwereld te bereiken door haar gedachten aan het papier toe te vertrouwen: "Nu ben ik de brievenschrijver. Ze zeggen dat ik goed ben met woorden. Dat is waar. Het zijn de lichamen waar ik bang voor ben." Koudvuur is een verontrustende en betoverende roman.
|
|
Alle verhalen (2003) verhalen |
| | Zintuiglijke, wonderlijke, soms sprookjesachtige verhalen als ‘Begeerte’ en ‘Poep’ uit de bekroonde debuutbundel Begeerte kropen bij menig lezer dicht onder de huid en werden klassiek. Ook vehalen uit haar andere bundel, De fluwelen machine mogen gerekend worden tot de beste korte verhalen uit de jonge Nederlandse literatuur. Al haar korte proza bijeen vormt een fictioneel universum dat volslagen authentiek is. Verschenen bij Uitgeverij Podium
|
|
Hij zegt dat ik niet dansen kan (2000) verhalen |
| | Zoals in sprookjes deuren openzwaaien als je de toverspreuk eenmaal gevonden hebt, zo biedt de taal misschien bezweringsformules om vat te krijgen op de werkelijkheid. In deze bundel is Manon Uphoff daarnaar op zoek, even eigenzinnig als onderhoudend. Hij zegt dat ik niet dansen kan bevestigt Uphoffs kostelijke verteltalent en haarscherp observatievermogen, en toont bovenal haar sterke drang een vinger te krijgen achter het leven, dat overal en altijd vol tegenstrijdigheden is. Verschenen bij Uitgeverij Podium
|
|
Gemis (1997) roman |
| | ‘Aan de hand van Mara Astheim geeft Uphoff een intrigerend, boeiend en overtuigend beeld van het hedendaagse leven op een manier die getuigt van groot talen.’ – Jury Libris Literatuurprijs 1998 De roman Gemis werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de Betje Wolff Prijs. Verschenen bij Uitgeverij Podium
|
|
 |
 |
 |
Schaduwvlammen, alle verhalen tot vandaag (2007) |
| |  |  | Manon Uphoff is zonder twijfel een van de beste verhalenschrijvers van dit moment. Joost Zwagerman stelde onlangs in zijn bloemlezing van de mooiste korte verhalen uit de Nederlandse en Vlaamse literatuur dat van alle schrijvers die zijn geboren in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw Manon Uphoff en Arnon Grunberg hem ‘het geduchtst bij de lurven hadden’. Verwonderlijk is dat niet, omdat Uphoff in staat is in haar verhalen met een paar scherpe pennenstreken meer sfeer op te roepen dan menig schrijver in een vuistdikke roman. Nooit is die sfeer behaaglijk of kabbelen haar verhalen gemoedelijk naar een eind. Integendeel: altijd bekruipt je tijdens het lezen een onbehaaglijk gevoel en word je een wonderlijke, schrijnende wereld ingetrokken die zich misschien nog het beste laat vergelijken met het sadistische universum van Willem Frederik Hermans. Schaduwvlammen is duister en helder tegelijk. Samen vormt deze complete, herziene en aangevulde collectie van al Uphoffs verhalen tot vandaag – van haar allereerste verhalen, het legendarische ‘Poep’ en ‘Begeerte’ tot de wrede sprookjes en haar miniaturen, soms van nog geen pagina lang – een betoverend spiegelpaleis.
|
|
De bastaard (2004) novelle |
| | Tegen het decor van een oud landgoed voltrekt zich een subtiel drama waarin de personages op uiteenlopende wijze balanceren tussen recht en onrecht. De een wil zijn ‘rechtmatige’ plek als eerstgeborene. Een ander wil dat er ‘recht’ gedaan wordt en verlangd naar een broer die hem daarin kan ondersteunen. De onopvallende Arinde eist met taaie volharding een plek voor haar zoon. De bastaard is een kort maar kristalhelder melodrama van de hand van een der meest getalenteerde en toonaangevende schrijfsters van dot moment. Het is de tweede in een reeks van drie novellen, waarvan de eerste, De vanger, verscheen in 2002. Verschenen bij Uitgeverij Podium
|
|
De vanger (2002) novelle |
| | Een jonge vrouw zit met haar broers bij de notaris na het overlijden van hun vader. Tot haar verrassing blijkt zij het grote oude huis te erven – onder voorwaarde dat ze het zal restaureren. De vrouw neemt een timmerman in de hand, voor wie ze direct sterke gevoelens ontwikkelt. Zodra hij een hemelbed gaat timmeren, is wel duidelijk dat zijn verblijf langer zal duren dan verwacht. Het ongewone relationele spel tussen de vrouw en de man leidt ten slotte tot de geboorte van een kind. Op een nacht neem de man het baby’tje uit de wieg en kijkt er vertederd naar. Per ongeluk valt het kindje uit zijn handen. De vanger is een klein melodrama met elk woord op de goede plaats. De sfeer is welhaast magisch, al zijn alle gevoelens van de personages herkenbaar voor de lezer. Verschenen bij Uitgeverij Podium
|
|
Eveneens verschenen: |
| | Bekentenissen (verhalen), Rotterdams Leescadeau 2006, Aristos Familie. Verhalen over het gezinsleven (1999) bloemlezing (samengesteld en ingeleid door Manon Uphoff) De fluwelen machine (1998) verhalen Achter het warenhuis. Een kleine kerstvertelling naar Charles Dickens' A Christmas carol (1998) De lotus van Zoetermeer & andere verhalen (1995) verhalen Begeerte (1995) verhalen
|
|
|
Publicaties: |
| | Revisor 2-3, 2008 ‘Het Maaiveld’ – Lucifer van Connie Palmen (kritiek/essay) Revisor 5, 2007 Het Surrealismenummer. ‘Kant’ (verhaal) Revisor 6, 2007 Kliekjesnummer. ‘Verkloot’ (verhaal) WahWah 10, het jubileumnummer ‘Groeten van Rottummerplaat'
|
|
|
|
|