Fragment uit Koudvuur

Fragment uit <em>Koudvuur</em>

Koudvuur
Bladzijde 5

Sommige mensen hebben een encyclopedisch geheugen.
Die hoef je maar iets te vragen over hun geschiedenis of ze schieten rechtop, tellen af op hun vingers en geven je jaar, dag, uur, alsof ze uitkijken over het landschap van hun leven. Maar mijn geheugen is niet geordend en werkt als een van die glazen bolletjes die mijn vader vroeger meenam van zijn tochten door de buitenwereld en die je eerst moet schudden voor de sneeuw naar beneden valt.
Naar binnen kijkend door het glas is dit van alles steeds het eerste:

Het huis in de straat, in de stad. Ingeklemd tussen de andere huizen en de winkels als een wafel in een ijzer. 's Ochtends, 's avonds, altijd het huis. Links de supermarkt, de apotheek en de beddenzaak met de dikke tijken matrassen. Rechts de slagerij, de ijzerwinkel en de bakker waar de vrouwen uit de steegjes 's morgensvroeg geeuwend, met ingestorte kapels en opgezwollen voeten in roze slippers, hun brood bestellen. Aan de overkant het speelgoedwarenhuis. En de viswinkel met het viswijf, die haar blikkerende vissen bewaart tussen het puntig schaafsel in de ijston en haar witblonde haar opsteekt in een torenhoge witte rol.