Biografie en bibliografie

‘Mijn naam is Ninon. Ik ben de brievenschrijver. Ik heb sommige verhalen verzonnen en andere vreten zich een weg naar buiten.’ Uit: De Zoetheid van Geweld 'Verkloot'.

Manon Uphoff (Utrecht,1962) is een Nederlandse auteur van korte verhalen, novellen, romans en essays. Haar werk wordt uitgegeven bij De Bezige Bij.
Haar eerste stap in de literatuur was de publicatie van het fameuze verhaal ‘Poep’ (opgenomen in Joost Zwagerman’s anthologie van de beste korte verhalen uit de Nederlandse letteren) in 1994 in het literaire tijdschrift De tweede ronde. Een jaar later, in 1995, verscheen haar debuut, verhalenbundel Begeerte (Podium). De bundel werd zeer enthousiast onthaald, het titelverhaal ontving de Rabobank Lenteprijs (Short Story Award) en de bundel werd genomineerd voor verschillende prijzen (oa. ECI Literatuurprijs en de AKO Literatuurprijs). Hierna volgden de roman Gemis, verhalen en essaybundels De Fluwelen Machine, Hij Zegt Dat Ik Niet Dansen Kan, de novellen De Vanger en De Bastaard. In 2002 ontving Uphoff de C.C.S.Croneprijs voor haar oeuvre [latere winnaars o.a Ronald Giphart (2004), Arthur Japin (2006), Esther Jansma (2014)]. In 2005 kwam de roman Koudvuur uit; in 2007 een nieuwe, aangevulde editie van haar verzamelde verhalen Schaduwvlammen; in 2009 de roman De spelers; in 2012 de bekroonde novelle De ochtend valt en in 2013 verscheen de bundel De zoetheid van geweld, met negen nieuwe verhalen (longlist AKO, longlist Gouden Uil).

Het werk van Uphoff is in tal van anthologieen opgenomen. Verhalen werden vertaald in het Engels, Duits, Russisch, Kroatisch, Bulgaars, Sloveens en Hongaars. In 2011 nam Alexander Hemon het verhaal Begeerte op in The Best of European Fiction. In 2014 publiceerde Words without Borders (New York) de Engelse vertaling van Verkloot (De Zoetheid van Geweld) 'Fucked Up'. Uphoff nam deel aan tal van literaire festivals en lezingen in Belgie, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Kroatie, Slovenie, Rusland, Zuid-Afrika en Namibie. Zij is secretaris van PEN Nederland, de schrijversorganisatie die opkomt voor de vrijheid van expressie. Voor PEN reisde zij naar Japan, IJsland, Slovenie, Servie en Zuid-Korea.

Uphoff levert regelmatig bijdragen aan NRC, De Volkskrant, De Groene Amsterdammer, Trouw. Zij was redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor.

Door de literaire kritiek is het werk van Uphoff altijd hoog geprezen. ‘Wat een hartstocht, gevoeligheid en beschrijvingskunst,’ schreef NRC Handelsblad. <'Uphoff is onze beste korteverhalenschrijver' aldus Rob Schouten in TROUW (over De Zoetheid van Geweld).

Het oeuvre van Uphoff wordt gekenmerkt door een grote beeldende kracht. Haar zinnen zijn scherp, mooi en plastisch. Uphoffs literaire universum is, net als dat van Willem Frederik Hermans, ‘sadistisch’. Betoverend, maar gevaarlijk. Helder en duister tegelijk. Vaak hebben haar verhalen iets sprookjesachtigs, al blijken het, naarmate de verhalen vorderen, steevast boze sprookjes. Haar allereerste verhaal, ‘De wond’, dat is opgenomen in Schaduwvlammen, vormt daarvan al het bewijs. Ook in het leven van de jonge Mara uit Gemis en Ninon uit Koudvuur of in het bestaan van de jonge Michael uit De Ochtend Valt is die dreiging immer voelbaar, al staat daar de vitaliteit van de personages tegenover.

Manon Uphoff woont vanaf 1992 in Utrecht en reist regelmatig heen en weer tussen Nederland en ondermeer de verschillende gebieden van voormalig Joegoslavie. De ervaringen van die jaren vormden de inspiratie voor haar roman De Spelers, (2009, De Bezige Bij). In 2013 ontving zij de OPZIJ Literatuurprijs voor De Ochtend Valt.

Titels bij De Bezige Bij
- Begeerte (verhalen) 1995
- Gemis (roman) 1997
- De Fluwelen Machine (verhalen) 1998
- Hij Zegt Dat Ik Niet Dansen Kan (essays/beschouwingen) 2000
- De Vanger en De Bastaard, twee novellen (2014)
- Alle verhalen (verzamelde verhalen) 2003
- Koudvuur (roman) 2005
- Schaduwvlammen, alle verhalen tot vandaag (verzamelde en nieuwe verhalen) 2007
- De Spelers (roman) 2009
- De Ochtend Valt (novelle) 2012
- De Zoetheid van Geweld (verhalen) 2013

* De Vanger en De Bastaard, twee novellen (bundeling van De Vanger, 2001, Podium en De Bastaard, 2004, Podium)
* Als je me maar blijft schrijven, Een vriendschap in brieven, Herman Franke en Manon Uphoff (Uitgeverij Podium, 2012)
* Meer licht. Negen Europese schrijvers over Goethes laatste woorden (uitgeverij Cossee, 2014)
* Van de ballen verstand. Vrouwen die van voetbal houden, diverse auteurs (uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 2014)

Prijzen en nominaties
- Rabobank Lenteprijs 1995 voor Begeerte (1995)
- Shortlist AKO Literatuurprijs 1996 voor Begeerte (1995)
- Shortlist ECI-prijs 'Schrijvers van nu' 1996 voor Begeerte (1995)
- Shortlist Libris Literatuurprijs 1997 voor Gemis (1997)
- Shortlist Libris Literatuurprijs 2003 voor De Vanger (2002)
- C.C.S.Croneprijs 2002 [oeuvre-prijs]
- Longlist Libris Literatuurprijs 2005 voor Koudvuur (2005)
- Nominatie OPZIJ Literatuurprijs 2010 voor De Spelers (2009)
- OPZIJ Literatuurprijs 2012 voor De ochtend valt (2012)
- Longlist AKO Literatuurprijs 2013 voor De Zoetheid van Geweld
- Longlist Gouden Uil voor De Zoetheid van Geweld




Meer lezen?

Manon Uphoff groeide op als het negende kind van P.E.H Uphoff en het zesde kind van A. Steenwijk. Toen haar ouders trouwden, vlak na de oorlog, had haar vader uit zijn eerste huwelijk al vijf kinderen en haar moeder (geboren in 1925) twee. De vader (geboren in 1913) kwam zelf ook uit een groot, katholiek gezin. Hij had een opleiding tot priester gevolgd, werd later hoofd van het centrum voor Statistiek, maar was in wezen kunstenaar: hij schilderde (in de stijl van het magisch Realisme). De moeder van Manon was enig kind, werd vermoedelijk bij geboorte verwisseld, groeide op bij haar mentaal achtergebleven moeder en werd in feite opgevoed door haar grootmoeder. Een vader heeft zij nooit gekend.

De meeste kinderen uit dit grote en chaotische gezin groeiden op in een bescheiden bovenwoning in de Damstraat, een winkelstraat in de bekende Utrechtse wijk Lombok. ‘Wie uit een grote familie komt,’ staat er in de roman Gemis, ‘kent de haast tijdens het opscheppen van het eten, het in elkaar verstrikt raken van lichamen en het gevecht om het woord.’

Het gezin Uphoff kende een start die gekenmerkt werd door grote armoede, maar wist zich daar uit op te werken. Binnen het gezin was er sprake van grote sociale en sociaalmaatschappelijke verschillen. De eerste zoon die Manons ouders samen kregen was verstandelijk gehandicapt en manisch depressief. Zijn liefste plek was onder de jassen aan de kapstok. De kinderen ontwikkelden bijna allemaal neuroses en fobieën, leefden, in een ‘glazen universum’. Het was, zo schreef Uphoff later in een brief aan haar uitgever, ‘één groot verrukkuluk samenzijn, vol dreigingen met zelfmoord, nu en dan zelfs pogingen daartoe, uitbarstingen, hartstochtelijke ontboezemingen en verstoord grensbesef. Daar zijn we voor behandeld, maar het helpt niet.’

Manon ging aanvankelijk naar de school met den bijbel in de straat – vooral vanwege de veiligheid, het broertje voor haar was in 1961 bij het oversteken verongelukt – en later naar een katholieke school verderop in de wijk. Al vroeg begon zij te tekenen en schrijven. ‘De wond’ is de titel van haar allereerste verhaal – dat is opgenomen in Schaduwvlammen. Alle verhalen tot vandaag. In 1974 verhuisde het gezin naar een van de eerste nieuwbouwwijken in Nieuwegein. ‘De modelwijk,’ zo staat in Gemis, ‘waarin wij als eersten onze intrek namen, lag tussen de dorpen R. en S. De dorpelingen haatten ons. [..] Ik kon niet aarden. Ik keek naar het landschap, in de hoop iets te zien wat mijn oog plezier deed. Maar het bestond – op de borden na – uit weinig meer dan plakken drassig gras en waterlinten, vaag en rudimentair als de gesso-ondergronden op mijn vaders schilderlinnen.’

Manon bezocht het Gymnasium (het Bonifatius College in Utrecht) maar werd daar na veelvuldig spijbelen weggestuurd. Vervolgens zat ze een tijdje op het Cals College in Nieuwegein. In 1978 ging zij niet meer naar school en verhuisde naar Groningen. Nadat ze had geprobeerd tot de kunstacademie te worden toegelaten, keerde ze terug naar Nieuwegein en maakte haar middelbare school af. Vanaf haar zestiende woonde Manon ‘op kamers’. Ze volgde het eerste jaar van de Hogeschool voor de Kunsten, maar maakte die opleiding niet af. Daarna volgde ze de lerarenopleiding aan de Utrechtse Hogeschool (Nederlands, Engels en Tekenen). In 1987 ging ze aan de Rijks Universiteit Utrecht literatuurwetenschap studeren. In hetzelfde jaar werd haar dochter geboren.