Biografie

Manon Uphoff (1962) begon al vroeg met tekenen en schrijven. ‘De wond’ is de titel van haar allereerste verhaal – dat is opgenomen in de editie van haar verzamelde verhalen, Schaduwvlammen. Alle verhalen tot vandaag (2007). Haar debuut, de verhalenbundel Begeerte, werd zeer enthousiast onthaald en kwam op de shortlist van de AKO Literatuurprijs. Sinds die tijd wijdt Uphoff al haar tijd aan haar schrijverschap en volgden in gestaag tempo de roman Gemis, de bundels De Fluwelen Machine, Hij zegt dat ik niet dansen kan, de novellen De Vanger en De Bastaard en de verzamelbundel Alle Verhalen. In 1994 werd Uphoff redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor en begon zij haar werk te publiceren bij uitgeverij De Bezige Bij. In 2005 publiceerde zij daar de roman Koudvuur, in 2009 de roman De spelers, in 2012 de met de Opzij Literatuurprijs bekroonde novelle De ochtend valt en in 2013 verscheen de bundel De zoetheid van geweld, met negen nieuwe verhalen. In het najaar van 2014 zal het pamflet De blauwe muze. Waarom de beste literatuur op tv te zien is verschijnen.

Het oeuvre van Uphoff wordt gekenmerkt door een grote beeldende kracht. Haar zinnen zijn talig mooi, en tegelijkertijd zo scherp als een fileermes. Vaak hebben haar verhalen iets sprookjesachtigs, al blijken het, naarmate de verhalen vorderen, steevast boze sprookjes. Betoverend, maar gevaarlijk.